ECLI:NL:RBDHA:2025:8952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag en verlenging overdrachtstermijn volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Tevens is beroep ingesteld tegen de verlenging van de overdrachtstermijn naar Duitsland vanwege onderduiken.
De rechtbank beoordeelde eerst of eiser nog procesbelang heeft, gelet op het vertrek van eiser met onbekende bestemming uit de opvang. Omdat eiser via zijn gemachtigde contact onderhoudt, is procesbelang aangenomen en zijn de beroepen inhoudelijk behandeld.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook de verlenging van de overdrachtstermijn wegens onderduiken is terecht, omdat eiser zonder kennisgeving zijn verblijfplaats verliet en niet beschikbaar was voor de autoriteiten.
De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag en de verlenging van de overdrachtstermijn worden ongegrond verklaard.