ECLI:NL:RBDHA:2025:903
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit en maatregel bewaring vreemdeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van de minister van Asiel en Migratie: een aanvullend terugkeerbesluit en een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat het aanvullend terugkeerbesluit gebrekkig was vanwege de onuitvoerbaarheid van het oorspronkelijke terugkeerbesluit naar Syrië, dat er geen tijdige uitplaatsing naar het Detentiecentrum Rotterdam had plaatsgevonden en dat de minister onvoldoende voortvarend was bij de uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat het aanvullend terugkeerbesluit rechtmatig is, omdat het zich richt op terugkeer naar een ander land dan Syrië, namelijk Algerije of Marokko. De onuitvoerbaarheid van het eerdere besluit naar Syrië heeft geen invloed op de rechtmatigheid van het aanvullend besluit. Ten aanzien van de uitplaatsing stelde de rechtbank vast dat ondanks het ontbreken van een exact tijdstip in het dossier, de minister aannemelijk had gemaakt dat de uitplaatsing binnen de vereiste termijn had plaatsgevonden.
Verder concludeerde de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting, gelet op het vertrekgesprek op dag drie van de inbewaringstelling en de lp-aanvragen bij de Algerijnse en Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank vond geen aanleiding om ambtshalve tot een ander oordeel te komen en wees de beroepen en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het aanvullend terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.