Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2024:2979
Ambtshalve toetsing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 26 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat hij onvoldoende was geïnformeerd over zijn rechten bij de inbewaringstelling, met name dat het formulier in het Arabisch onjuist suggereerde dat beroep alleen via een advocaat mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de minister had voldaan aan de informatieplicht zoals gesteld in artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 door het verstrekken van een informatiefolder in het Arabisch met aangekruiste toepasselijke gronden. Hoewel de formulering iets duidelijker had gekund, was dit niet onrechtmatig.
Voorts heeft de rechtbank ambtshalve getoetst of de maatregel van bewaring onrechtmatig was tot het moment van sluiting van het onderzoek en concludeerde dat dit niet het geval was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.