ECLI:NL:RBDHA:2025:9163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De minister heeft op 27 februari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Tunesische vreemdeling, welke nog voortduurt. Eiser stelde op 2 mei 2025 beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 16 mei 2025 behandeld via telehoren, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren.
De rechtbank overwoog dat zij de maatregel van bewaring reeds tweemaal eerder heeft getoetst en dat de maatregel tot het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richtte zich daarom op de periode na 11 april 2025. Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende voortvarend is in de uitzetting, dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de bewaring hem zwaar valt.
De rechtbank verwierp deze gronden. Zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is zicht op uitzetting geen vereiste voor bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. De minister hoeft niet voortvarend te handelen ter voorbereiding van uitzetting. Uit de voortgangsrapportage bleek dat de minister eenmaal heeft gerappelleerd en een vertrekgesprek heeft gevoerd. Ook was er geen aanleiding om een lichter middel toe te passen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig is voortgezet en wees het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.