ECLI:NL:RBDHA:2025:9259
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning familie- of gezinslid ondanks beroep op artikel 8 EVRM
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid bij haar partner, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het mvv-vereiste en geen vrijstelling op grond van artikel 8 EVRM Pro kon worden toegekend. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht een belangenafweging heeft gemaakt waarbij het algemeen belang van Nederland zwaarder weegt dan het belang van eiseres bij het voortzetten van het gezinsleven in Nederland.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van gezinsleven, maar dat eiseres haar gezinsleven ook in Marokko kan voortzetten, waar zij voldoende banden heeft. Objectieve belemmeringen om het gezinsleven in Marokko uit te oefenen zijn niet aannemelijk gemaakt. Ook de belangen van het minderjarige kind zijn voldoende betrokken in de afweging.
Daarnaast is de hardheidsclausule niet van toepassing omdat eiseres niet heeft aangetoond dat bijzondere persoonlijke omstandigheden een vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigen. Hoewel het paspoortvereiste niet onverkort kon worden gehandhaafd, weegt dit niet op tegen het niet voldoen aan het middelenvereiste. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.