ECLI:NL:RBDHA:2025:9435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en schadeverzoek in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 6 mei 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding vanwege een eerdere onrechtmatige bewaring.
Eiser stelde dat de eerdere maatregel van 11 april 2025 onrechtmatig was omdat deze te laat was omgezet, waardoor hij vier dagen onterecht in bewaring zat. Volgens eiser werkt deze onrechtmatigheid door in de huidige maatregel, mede omdat hij op 22 april 2025 had aangegeven zijn asielaanvraag te willen intrekken. De rechtbank oordeelde echter dat de onrechtmatigheid niet doorwerkt omdat de minister aannemelijk maakte dat eiser pas op 2 mei 2025 formeel intrekking aan de advocaat kenbaar maakte en dat de omzetting binnen 48 uur daarna had moeten plaatsvinden. De minister had een schadevergoeding aangeboden die eiser had geaccepteerd.
Daarnaast voerde eiser aan dat de minister een lichter middel had moeten toepassen vanwege zijn psychische problematiek, waaronder een eerdere zelfdodingspoging en behandeling bij een psycholoog. De rechtbank stelde vast dat adequate medische zorg aanwezig is in het detentiecentrum en dat eiser onvoldoende onderbouwde dat deze zorg ontoereikend is. De ambtshalve toetsing leidde niet tot een andere conclusie over de rechtmatigheid van de maatregel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.