ECLI:NL:RBDHA:2025:9498

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
28 mei 2025
Zaaknummer
NL25.22733
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 2 april 2025 door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet. Eiser stelde dat hij detentieongeschikt was vanwege ernstige psychische problematiek en dat de zorg in detentie onvoldoende was.

De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf 30 april 2025, het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek. Uit het medische dossier bleek dat eiser bekend was met psychische problemen, maar dat hij werd gevolgd door de medische dienst en medicatie ontving. Er was geen medische beoordeling dat eiser detentieongeschikt was en geen onderbouwing dat de zorg onvoldoende was.

De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig of onevenredig bezwarend was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.22733

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 2 april 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, c en d van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft op 19 mei 2025 tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld en daarbij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft [2] en het onderzoek op 23 mei 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1991 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 6 mei 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 30 april 2025, rechtmatig was. [3] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. Eiser voert aan dat hij detentieongeschikt is. Ter onderbouwing hiervan heeft eiser zijn medische dossier en foto’s overgelegd. Er is sprake van ernstige automutilatie, medicijnmisbruik en suïcidaliteit. Uit het medisch dossier en de aan eiser opgelegde ordemaatregelen blijkt dat eiser niet de medische zorg krijgt die hij nodig heeft in het kader van zijn psychische problematiek. De door verweerder overgelegde voortgangsrapportage is geen reactie op de beroepsgronden.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Uit het overgelegde medische dossier volgt dat eiser weliswaar bekend is met psychische problematiek, maar uit deze medische informatie blijkt ook dat eiser in verband daarmee is gezien door de medische dienst van de inrichting en de aan de inrichting verbonden psycholoog. Eiser wordt nauwlettend in de gaten gehouden en hij ontvangt medicatie. Uit het medisch dossier volgt niet dat eiser is beoordeeld als detentieongeschikt. Eiser heeft niet met medische stukken onderbouwd dat de zorgverlening in detentie niet voldoet. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat de voortduring van de bewaring gelet op eisers medische gesteldheid voor eiser onevenredig bezwarend is.
6. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel op enig moment onrechtmatig is.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 28 mei 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vw.
3.Met het kenmerk: ECLI:NL:RBDHA:2025:7716.