Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden had beslist op zijn asielaanvraag van 13 augustus 2023. De rechtbank constateert dat deze termijn is verstreken en dat de minister ook na verzoek van eiser niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt het '8+8 wekenmodel' toegepast voor het bepalen van een nieuwe beslistermijn. Omdat de maximale termijn van 21 maanden is overschreden, wordt een kortere termijn passend geacht.
De rechtbank legt de minister op om binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50.