ECLI:NL:RBDHA:2025:9888
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zichzelf, zijn echtgenote en minderjarige kinderen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en het griffierecht van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier S. Mohandes en openbaar gemaakt op 5 juni 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn van acht weken en een dwangsom op aan verweerder.