ECLI:NL:RBDHA:2025:9926
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening verlengt begunstigingstermijn bij handhaving hondenfokkerij in agrarisch gebied
Verzoekers exploiteren een melkvee- en schapenhouderij op een agrarisch perceel waar tevens een groot aantal honden wordt gehouden en gefokt, wat in strijd is met het geldende omgevingsplan. Verweerder legde een last onder bestuursdwang op om deze overtreding te beëindigen. Verzoekers vroegen om een voorlopige voorziening en verlenging van de begunstigingstermijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het houden en fokken van honden niet past binnen de bestemming 'Agrarisch', omdat dit niet in overwegende mate afhankelijk is van het grondproducerend vermogen. Zowel bedrijfsmatig als hobbymatig honden houden in agrarische bedrijfsgebouwen is niet toegestaan. Verzoekers konden geen concreet zicht op legalisatie aantonen, omdat alleen een milieuvergunning was aangevraagd, geen omgevingsvergunning.
Verzoekers voerden aan dat met de gemeente afspraken waren gemaakt over het aantal honden en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden. De rechter stelde vast dat hierover geen schriftelijke toezeggingen bestonden en verweerder de afspraken betwistte. De begunstigingstermijn werd door verweerder niet verlengd vanwege eerdere overtredingen en gebrek aan vertrouwen.
De voorzieningenrechter erkent het belang van verzoekers om meer tijd te krijgen vanwege de kosten en het welzijn van de honden, maar weegt dit af tegen het belang van handhaving en het vertrouwen in verzoekers. Daarom wordt de begunstigingstermijn met zes weken verlengd om verzoekers een laatste kans te geven de honden bij gezinnen onder te brengen. Verweerder moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De begunstigingstermijn voor het beëindigen van de overtreding wordt met zes weken verlengd en het griffierecht wordt aan verzoekers vergoed.