ECLI:NL:RBDHA:2025:9949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d van de Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442, de proceskosten van eiseres van € 453,50 en de vergoeding van het griffierecht van € 194. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn en dwangsom op aan de minister om binnen acht weken alsnog te beslissen.