ECLI:NL:RBDHA:2025:9954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft de beslistermijn met drie maanden verlengd, maar heeft nog geen besluit genomen, waardoor de wettelijke termijn is overschreden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is. De minister hanteert het fifo-principe waardoor de aanvraag pas in februari 2026 in behandeling wordt genomen, maar de rechtbank wijst dit af omdat dit in strijd is met de wettelijke rechtsbescherming. De rechtbank legt een beslistermijn van acht weken op, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd om naleving van de termijn af te dwingen. De minister wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen, proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt op 5 juni 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een beslistermijn van acht weken en een dwangsom op aan de minister.