Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Het betoog slaagt niet.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, afkomstig uit Gambia en behorend tot de Wolof-bevolkingsgroep, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij gechanteerd werd door zijn tante en bedreigd werd door zijn twee geestelijk beperkte broers, waardoor hij bescherming zocht in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk mishandeld was of dat er een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer bestond.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet overtuigend had aangetoond dat hij fysiek geweld had ondervonden van zijn broers, noch dat de Gambiaanse autoriteiten hem niet konden of wilden beschermen. Ook het argument dat hij vanwege analfabetisme niet voor zijn rechten kon opkomen, werd niet onderbouwd. Daarnaast werd het beroep op bescherming van het privéleven afgewezen omdat eiser onvoldoende had gemotiveerd dat hij in Nederland een eigen leven had opgebouwd, en het verblijf grotendeels illegaal was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de asielaanvraag. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Duifhuizen en griffier C.G.H. van der Holst op 5 juni 2025 te Arnhem.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand.