ECLI:NL:RBDHA:2025:9977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder toegang tot Nederland
De minister van Asiel en Migratie heeft op 25 december 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 22 mei 2025 behandeld.
De rechtbank heeft overwogen dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek in een eerdere zaak rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode na het sluiten van dat onderzoek op 24 april 2025. Eiser stelde dat hem toegang tot Nederland was verleend, onder meer door een ziekenhuisbezoek op 2 mei 2025, en dat de bewaring sindsdien onrechtmatig is. De rechtbank oordeelt dat het ziekenhuisbezoek niet betekent dat het grensbewakingsbelang is prijsgegeven en dat eiser dit niet voldoende heeft onderbouwd.
Verder is het aan de minister om de voortgang van het terugkeerproces te bewaken en te beoordelen of de bewaring onevenredig bezwarend is. De minister heeft verzoeken ingediend om de behandeling van het beroep met voorrang te laten plaatsvinden, wat wijst op voortvarendheid. De rechtbank ziet geen aanleiding om te oordelen dat de minister onvoldoende voortvarend handelt.
Eisers beroep op eerdere uitspraken en zijn status als staatloze Syrische Palestijn met risico bij uitzetting naar Turkije worden niet inhoudelijk beoordeeld in deze procedure, die zich beperkt tot de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.