ECLI:NL:RBDHA:2025:9991
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Polen
Eiser heeft meerdere asielaanvragen in Nederland gedaan, waarvan de meest recente op 27 maart 2025. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op basis van Eurodac-gegevens die aantonen dat eiser sinds 15 december 2022 internationale bescherming in Polen heeft. Eiser betwist dit en stelt dat zijn beschermingsstatus in Polen is vervallen en dat de minister de bewijslast onterecht bij hem legt.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat het Eurodac-resultaat actueel en betrouwbaar is. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hij geen bescherming meer geniet in Polen, hetgeen hij niet heeft gedaan. De rechtbank wijst ook het bezwaar af dat de minister onvoldoende heeft getoetst aan artikel 3 EVRM Pro, omdat uit het besluit blijkt dat dit wel is gedaan en geen strijd is vastgesteld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering van eiser af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R. Tesfai en griffier M.C. Drenten - Boon en is gepubliceerd op 6 juni 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens internationale bescherming in Polen.