Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden en dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd, waardoor de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt.
De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van maximaal zestien weken na verzending van deze uitspraak vast, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van een zorgvuldige beslissing en het belang van eiser om spoedig duidelijkheid te krijgen. Bij overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie. De rechtbank wijst op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.