Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar nareisaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 30 juni 2025 een beslistermijn van acht weken had gesteld. De minister heeft deze termijn niet gerespecteerd en geen besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke en verstreken termijn uit de eerdere uitspraak. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer alsnog een besluit wordt genomen.
De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op na verzending van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in bestuursrechtelijke procedures en sluit aan bij recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.