Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op haar nareisaanvraag. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn van acht weken was gesteld, die de minister niet heeft nageleefd. Hoewel normaal een ingebrekestelling vereist is, is deze in dit geval niet noodzakelijk vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak.
De rechtbank constateert dat de minister ondanks een verlenging van de beslistermijn en een toezegging om de aanvraag pas in september 2027 te behandelen, nog geen besluit heeft genomen. Het beroep is daarom ontvankelijk en gegrond. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op na verzending van deze uitspraak.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank wijst ook proceskosten toe aan eiseres van € 467,- en vergoedt het griffierecht van € 200,-. De minister wordt veroordeeld om binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.