Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, is op 14 november 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank toetst of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf 23 december 2025, het moment van het sluiten van het vorige onderzoek. Eiser stelt dat hij niet aan documenten kan komen en dat het voeren van vertrekgesprekken geen zin heeft. Ook zou de Marokkaanse vertegenwoordiging niet reageren op de laissez-passer-aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat er geen zicht ontbreekt op uitzetting naar Marokko. Er zijn geen nieuwe omstandigheden die dat zouden rechtvaardigen. Het tijdsverloop en het uitblijven van reactie van de Marokkaanse autoriteiten zijn onvoldoende om het ontbreken van zicht aan te nemen. Eiser heeft nagelaten zijn nationaliteit aan te tonen en frustreert daarmee de uitzetting. De duur van de aanvraag en het voortduren van de bewaring zijn aan hem toe te rekenen.
De ambtshalve toetsing bevestigt dat de maatregel rechtmatig is gebleven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.