ECLI:NL:RBDHA:2026:10293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en verzoek schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister heeft op 26 november 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is eerder door de rechtbank getoetst en geacht rechtmatig te zijn tot 26 februari 2026, waarna het voortduren van de maatregel opnieuw is beoordeeld.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting naar Egypte binnen een redelijke termijn, mede omdat een aangevraagde laissez-passer (lp) nog niet is afgegeven en de minister onvoldoende voortvarend zou handelen. De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd en toegelicht dat het lp-traject afhankelijk is van de Egyptische autoriteiten en dat er recent nog lp’s zijn verstrekt.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet slaagt omdat niet is gebleken dat het zicht op uitzetting ontbreekt. De minister handelt voldoende voortvarend, onder meer door rappelleren en het plannen van afspraken met de Egyptische vertegenwoordiger. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.