Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- de vreemdeling moest zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk maken
- de vreemdeling moest een minderjarig kind hebben dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit,
- de vreemdeling moest al dan niet gezamenlijk met de andere ouder daadwerkelijke zorgtaken ten behoeve van het minderjarige kind verrichten, en
- tussen de vreemdeling en het kind moest een zodanige afhankelijkheidsverhouding bestaan dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de Unie te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd.