Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 17 januari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken nadat Nederland verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag. Ondanks verzoeken van eiser heeft de minister niet binnen de gestelde termijn beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het overschrijden van de bovengrens van 21 maanden, bepaalt de rechtbank dat een kortere beslistermijn passend is. De minister krijgt acht weken de tijd om alsnog een besluit te nemen, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.