Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op haar asielaanvraag van 7 juni 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiseres gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij verwijst naar het ‘8+8 wekenmodel’ zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wat inhoudt dat de minister binnen zestien weken na het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de nieuwe beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt zonder zitting. Eiseres krijgt hiermee gelijk en de minister wordt verplicht binnen de gestelde termijn te beslissen, onder dreiging van een dwangsom.