ECLI:NL:RBDHA:2026:10556
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Slovenië verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld.
Tijdens de procedure bleek uit een melding van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) dat eiser op 19 februari 2026 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij verblijft. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft.
Gezien de vaste rechtspraak en het ontbreken van contact of andere aanwijzingen dat eiser nog prijs stelt op bescherming in Nederland, concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit. Ook is geen herstel van het verzuim door de gemachtigde ingediend.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.