Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van zes maanden, zoals voorgeschreven in artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, is overschreden en dat de verlenging van negen maanden onvoldoende is gemotiveerd. Hierdoor ontbreekt de rechtsgrond voor de verlenging en is het beroep gegrond.
De rechtbank stelt vast dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn verbeurt verweerder een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Tevens worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van € 467,-.
De rechtbank wijst erop dat de ingebrekestelling correct is en dat het beroep niet te laat is ingesteld. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie. De rechtbank benadrukt dat bij het niet tijdig beslissen in asielzaken de rechterlijke dwangsom een effectief middel is om naleving van termijnen af te dwingen.
De uitspraak bevat tevens een toelichting op het wettelijke kader, waaronder de toepasselijkheid van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en de relevante artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank bevestigt dat de rechterlijke dwangsom niet in strijd is met het Unierecht.
Tot slot wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak, waarbij een zitting kan worden aangevraagd om het verzetschrift toe te lichten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.