ECLI:NL:RBDHA:2026:10644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het ongegrond.
Eiser erkent dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is, maar voert aan dat hij vanwege slechte opvangomstandigheden, discriminatie en racisme in Duitsland, en zijn eerdere opname in Nederland, zijn aanvraag toch in Nederland behandeld zou moeten worden. Tevens wijst hij op zijn vader die in Nederland verblijft en hun onderlinge afhankelijkheid.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag vertrouwen op de naleving van verdragsverplichtingen door Duitsland. Eiser heeft onvoldoende objectieve informatie geleverd om aan te tonen dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt of dat terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
Ook is onvoldoende onderbouwd dat de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder de relatie met zijn vader, een uitzondering rechtvaardigen op grond van artikel 16 of Pro 17 van de Dublinverordening. De keuze van eiser om naar Duitsland te reizen blijft voor zijn eigen rekening.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en wijst het af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en afgewezen.