ECLI:NL:RBDHA:2026:10655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betwist deze verantwoordelijkheid niet, maar voert aan dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of Bulgarije zijn internationale verplichtingen nakomt en of eiser toegang krijgt tot een humane asielprocedure en opvang.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag aannemen dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen nakomt, tenzij er sprake is van systematische tekortkomingen. Eiser heeft onvoldoende objectief bewijs geleverd van dergelijke tekortkomingen of van een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De persoonlijke omstandigheden en medische kwetsbaarheid van eiser zijn niet met bewijs onderbouwd. De toezegging van Bulgarije om het asielverzoek te behandelen conform Europese richtlijnen en de mogelijkheid voor eiser om klachten in Bulgarije in te dienen, wegen mee. Ook is geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden die tot een uitzondering leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.