ECLI:NL:RBDHA:2026:1066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De minister van Asiel en Migratie heeft op 29 september 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is eerder door de rechtbank getoetst en geacht rechtmatig te zijn tot 8 december 2025. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank besloot het onderzoek zonder zitting te sluiten, omdat het horen van eiser niet noodzakelijk was. Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting en dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije, mede omdat de minister geen actie had ondernomen op informatie over eigendommen van eiser in Frankrijk.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld door herhaaldelijk contact te zoeken met de Algerijnse autoriteiten en een vertrekgesprek te voeren. Het ontbreken van actie op de informatie over eigendommen was niet relevant, aangezien het de verantwoordelijkheid van eiser is om contact te onderhouden met zijn familie.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen reden was om aan te nemen dat het laissez-passer niet zou worden verstrekt en dat eiser onvoldoende inspanningen leverde voor zijn vertrek. De ambtshalve toets bevestigde dat de maatregel rechtmatig bleef. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.