Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
10.1. De minister heeft verder terecht opgemerkt dat er, nu eiseres meerderjarig is, sprake is van een andere bewijslastverdeling. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij een alleenstaande vrouw is, zoals bedoeld in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vc. [3] De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiseres daar niet in is geslaagd. Eiseres heeft tijdens het nader gehoor op 7 maart 2024 verklaard dat haar moeder, broers en zussen en een verre verwant van haar moeder in Somalië wonen. De minister mocht de stukken die eiseres heeft overgelegd onvoldoende vinden om aan te nemen dat de familieleden van eiseres zich niet meer in haar dorp bevinden, en dat zij als alleenstaande vrouw moet worden aangemerkt. Uit de stukken blijkt dat er met name online is gezocht (onder andere via Facebook). Verder heeft de pleegmoeder van eiseres haar netwerk ingezet, en contact gehad met iemand uit [plaats 2] . Er is echter niet gebleken dat in het dorp van eiseres is gezocht. Daarnaast heeft de stichting SBIN onderzoek gedaan (brief van 6 november 2024). Ook de organisatie FSAN heeft gezocht naar de ouders, broers, zussen en neef van eiseres door middel van hun uitgebreide netwerk in Nederland en Somalië (brief van 22 augustus 2025). De minister heeft terecht opgemerkt dat uit de brieven niet blijkt hoe de stichting SBIN en de organisatie FSAN precies hebben gezocht, en dat hieruit dus niet de conclusie kan worden getrokken dat de familieleden zich niet meer in hun woonplaats bevinden. Verder blijkt uit de stukken dat eiseres in februari 2025 alsnog akkoord is gegaan met een zoektocht door het Rode Kruis, en dat dit op 1 april 2025 is doorgegeven. Uit de mail van 3 december 2025 blijkt dat het Rode Kruis toen nog geen nieuws had over de zoektocht naar de ouders van eiseres. Hieruit blijkt niet dat het Rode Kruis het dorp van eiseres heeft bezocht. Ook blijkt niet in hoeverre er ander onderzoek is gedaan. Eiseres heeft op de zitting toegelicht dat zij ervan uitgaat dat het Rode Kruis niet naar haar dorp is gegaan vanwege de veiligheidssituatie, omdat het Rode Kruis heeft gezegd dat ze alleen naar het dorp gaan als het veilig genoeg is. Eiseres heeft deze veronderstelling echter niet onderbouwd.
10.2. Gelet op het voorgaande mocht de minister ervan uitgaan dat eiseres in Somalië nog familie heeft waar zij op terug kan vallen. Daar komt bij dat eiseres tot de clan Hawiye behoort, waarvan zij steun zou kunnen ontvangen. Uit het Algemeen ambtsbericht Somalië van april 2025 blijkt dat de Hawiye een meerderheidsclan is, die ook de meerderheid heeft in de regio [regio 2] (p. 9 en 54). Uit het rapport Country Guidance: Somalia” van EUAA van 2 oktober 2025 blijkt verder dat het behoren tot een meerderheidsclan een factor van ondersteuning kan zijn (p. 22). De minister hoefde in de mailwisseling van [persoon4] geen aanleiding te zien om tot een ander standpunt te komen. Dat [persoon4] als een Somalië-deskundige wordt aangemerkt, neemt namelijk niet weg dat van belang is in hoeverre zijn stellingen met objectieve bronnen zijn onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat uit de mailwisseling niet blijkt waarop [persoon4] zijn standpunten baseert. De beroepsgrond slaagt niet.
“Indiscriminate violence in situations of armed conflict reaches a high level in the regions of Lower Juba, Bay, Lower Shabelle, Benadir/Mogadishu, Hiraan, Middle Shabelle, Mudug, Galgaduud. Accordingly, a lower level of individual elements is required to show substantial grounds for believing that a civilian, returned to the area, would face a real risk of serious harm."De minister heeft op de zitting aangevoerd dat, omdat [regio 2] in deze categorie wordt geplaatst, er individuele elementen moeten worden aangevoerd, en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij risico loopt. Eiseres heeft dat niet betwist, en de rechtbank kan de minister hierin volgen. Uit het rapport van EUAA blijkt dat er in [regio 2] geen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie, waarin de mate van willekeurig geweld zo hoog is dat een vreemdeling door zijn enkele aanwezigheid al een risico loopt. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat de minister in dat geval bij de toepassing van artikel 15c van de Definitierichtlijn zowel de individuele omstandigheden van een vreemdeling als de veiligheidssituatie in het land van herkomst moet betrekken. [4] Eiseres heeft geen persoonlijke kenmerken en individuele omstandigheden naar voren gebracht, waardoor zij een verhoogd risico zou lopen om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Eiseres heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. [5] De beroepsgrond slaagt niet.
14.1. De minister heeft op de zitting desgevraagd aangegeven dat, ook als de weigering van eiseres niet in haar nadeel was betrokken, de belangenafweging niet anders zou zijn uitgevallen. De rechtbank kan dit volgen. Uit het bestreden besluit, p. 4 en 5, blijkt niet dat de weigering van eiseres uiteindelijk een rol heeft gespeeld bij de belangenafweging in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM. Verder mocht de minister in het nadeel van eiseres wegen dat zij sinds 2023 een beroep op de algemene middelen heeft gedaan. De minister mocht ook betrekken dat eiseres tot haar 15e in Somalië heeft gewoond, waardoor verwacht mag worden dat zij daar (weer) sociale contacten aangaat. Verder kan de rechtbank de minister volgen dat het privéleven dat eiseres tijdens haar amv-buitenschuldvergunning heeft opgebouwd niet zwaarwegend genoeg is om de belangenafweging in haar voordeel te doen uitvallen. De minister mocht daarbij betrekken dat de vergunning een tijdelijke karakter had. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;