Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2], geboren op [2022], V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. G.J. Dijkman),
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: J. Sánchez Rhemrev).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
madamdan wel pooier heeft gewerkt. Verder is de minister van mening dat eiseres haar vrees voor besnijdenis van haar dochter niet aannemelijk heeft gemaakt.
Geloofwaardigheidsbeoordelingeen onjuiste en onvolledige geloofwaardigheidsbeoordeling heeft uitgevoerd. De minister beschouwt artikel 4, vijfde lid,
De geloofwaardigheid van het asielrelaas
madamwas en daarom ook geen problemen meer kon hebben met haar adoptiemoeder. Dit volgt niet direct uit een veroordeling voor mensenhandel en de minister heeft niet onderbouwd welke definitie van mensenhandel in Frankrijk wordt gehanteerd. Daarnaast redeneert de minister
a contrarioop grond van landeninformatie. Uit landeninformatie leidt de minister af dat iemand die een ander onder de hoede heeft genomen, een eigen netwerk heeft en dus ook
madamis. Dat standpunt wordt niet ondersteund door algemene bronnen. De minister redeneert dat eiseres
madamis geworden na/door afbetaling van haar schuld. Kennelijk gelooft de minister de aanleiding en in ieder geval het begin van het asielrelaas van eiseres, namelijk dat zij als slachtoffer van
madamgeworden is na de afbetaling van haar schuld, kan alleen geldig zijn als de aanvang van het asielrelaas geloofwaardig is geacht. Eiseres stelt zich in dit verband op het standpunt dat de minister een te strikte interpretatie hanteert van artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn, waarbij er bovendien een verschil is tussen de Nederlandse taalversie van de Kwalificatierichtlijn en de Franse en Engelse taalversies.
madam.5,6 Dat iemand slachtoffer van mensenhandel kan zijn, betekent niet automatisch dat zo iemand niet ook (mede)pleger van mensenhandel kan zijn; de twee hoedanigheden sluiten elkaar immers niet onderling uit. Er is aanleiding om aan te nemen dat gemengd slachtoffer/daderschap zich voordoet in de context van slachtoffers van mensenhandel uit Nigeria. De genoemde landeninformatie komt overeen met hetgeen eiseres heeft verklaard in het nader gehoor. Eiseres heeft zelf tijdens het nader gehoor naar voren gebracht in Frankrijk veroordeeld te zijn voor (onder andere) mensenhandel. Eiseres heeft weliswaar tijdens het nader gehoor niet uitvoerig over haar veroordeling en de achtergrond daarvan verklaard, maar de gehoormedewerker heeft op dit punt ook nauwelijks doorgevraagd. Ook op de opmerking van eiseres dat zij een meisje onder haar hoede had gekregen is niet doorgevraagd. De minister heeft in het ECRIS-uittreksel ook geen reden gezien om eiseres aanvullend te horen. De rechtbank volgt eiseres in haar standpunt dat de redenering van de minister in het bestreden besluit kennelijk berust op de
aannemelijkheidin grote lijnen van het relaas van eiseres tot aan het moment dat zij van slachtoffer van mensenhandel zelf pleger/dader wordt, zie hierna onder 17. Dat eiseres vervolgens ook zelf
madam/pooier is geworden, leidt verweerder af uit de veroordeling in Frankrijk. Hoewel de veroordeling die op het ECRIS-uittreksel is vermeld een sterke aanwijzing vormt voor die conclusie, is de rechtbank van oordeel dat de minister de redenering te ver doortrekt. De veroordeling brengt de minister namelijk vervolgens kennelijk tot de conclusie dat het asielrelaas als geheel ongeloofwaardig is omdat vanaf het moment dat iemand
madamis, zij niet ook slachtoffer kan zijn (of zijn geweest) die nog te vrezen heeft als gevolg van schulden. Dit baseert de minister op de algemene informatie die, kort gezegd, inhoudt dat veel slachtoffer ná het afbetalen van hun schuld aan de mensenhandelaar zelf mensenhandelaar worden. Deze redenering is naar het oordeel van de rechtbank te kort door de bocht, omdat dit niks zegt over de situatie van eiseres en ook niet zodanig specifiek is dat verweerder eruit kan concluderen dat
alleenslachtoffers van wie de schuld is afbetaald, dader kunnen zijn. De rechtbank wijst ter illustratie op twee passages uit de door de minister aangehaalde algemene bron:
“In Spain 2016, [the BBC] distinguished between two ranks of madams: the lower-ranking
Country Policy and Information Note Nigeria: Trafficking of women, versie 6.0, April 2022, onder 2.4.2.
Human trafficking in Nigeria 1960-2020: pattern, people, purpose and places,2023.
once a Nigerian girl or woman becomes free of her debt to traffickers, she also graduates to the level of ‘madam’ […]”.
enkel als plegervan mensenhandel beschouwt. Nu de minister dus aanneemt dat eiseres (ook) een slachtoffer is (geweest) van mensenhandel, ontbreekt in het bestreden besluit ten onrechte een beoordeling van het risico bij terugkeer naar Nigeria. Ook in zoverre is sprake van een motiveringsgebrek en is sprake van een onzorgvuldige voorbereiding. De minister zal alsnog moeten beoordelen of eiseres bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op represailles van de mensenhandelaar. Dit kan hij doen middels de richtsnoeren uit de Country Guidance Nigeria 2021. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van de Raad van State van 7 mei 2025.9
Belangen van de minderjarige kinderen en het gezinsleven
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 17 januari 2025;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak; en
- veroordeelt de minister tot betaling van €1.868,- aan proceskosten aan eiser.