ECLI:NL:RVS:2022:2430
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.J.M. Baldinger
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijk maken reëel risico besnijdenis
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 16 juli 2021 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
In het hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico loopt op vrouwelijke genitale verminking (besnijdenis). Zij verwees onder meer naar haar lidmaatschap van de Urhobo-bevolkingsgroep, waarvan een hoog percentage vrouwen besneden is, haar persoonlijke omstandigheden en een zienswijze van het VN-mensenrechtencomité.
De Raad van State overwoog dat hoewel het percentage besneden vrouwen binnen de bevolkingsgroep hoog is, dit op zichzelf onvoldoende is om een reëel risico aan te nemen. Er moeten meerdere factoren in onderlinge samenhang worden betrokken, zoals de invloed van ouders en familie, leeftijd en persoonlijke situatie. De verklaringen van de vreemdeling boden onvoldoende concreetheid over de dreiging, en haar persoonlijke omstandigheden maakten het risico niet aannemelijk. Ook de zienswijze van het VN-comité was niet relevant voor haar situatie. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.