ECLI:NL:RBDHA:2026:10827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken bijkomende afhankelijkheid
Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1953, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar meerderjarige zoon te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon, mede omdat zij sinds 2014 niet meer samenwoonden en eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij financieel, medisch, praktisch of emotioneel afhankelijk was.
Eiseres voerde in beroep aan dat er wel sprake was van bijkomende elementen van afhankelijkheid en dat de minister een belangenafweging had moeten maken en haar zoon had moeten horen. De rechtbank oordeelde dat de minister alle relevante feiten had betrokken en dat de weging van deze feiten binnen diens beoordelingsruimte viel. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van concrete medische zorgbehoefte, financiële steun, praktische hulp van haar zoon of exclusieve emotionele afhankelijkheid.
Verder was de rechtbank van oordeel dat de minister terecht had afgezien van het horen van de zoon, omdat het bezwaar geen nieuwe elementen bevatte die tot een ander besluit konden leiden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.