Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats 1] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
[derde-partij], uit [woonplaats 2] , vergunninghoudster
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
Privacy
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond;
- veroordeelt het college tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 882,35 wegens het overschrijden van de redelijke termijn in bezwaar;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 617,65 wegens het overschrijden van de redelijke termijn in beroep;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres in verband met het verzoek om schadevergoeding tot een bedrag van € 137,35;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiseres in verband met het verzoek om schadevergoeding tot een bedrag van € 96,15.