ECLI:NL:RBDHA:2026:11030
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.G. Noordhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel doorbroken is en of bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen.
Eiser stelde dat hij in Duitsland met de dood wordt bedreigd vanwege zijn seksuele geaardheid en activisme, en dat hij onvoldoende medische zorg zou ontvangen. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat eiser onvoldoende concrete en objectieve onderbouwing heeft geleverd van zijn beweringen. Ook de medische situatie van eiser rechtvaardigt geen individuele garanties of onderzoek naar een onomkeerbare verslechtering.
Verder heeft eiser betoogd dat de minister op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de asielaanvraag onverplicht aan zich had moeten trekken wegens onevenredige hardheid. De rechtbank stelt dat de minister dit niet ten onrechte heeft geweigerd, mede omdat de situatie van eiser en zijn vriend in Duitsland onafhankelijk worden beoordeeld en er geen concrete aanwijzingen zijn voor disproportionele gevolgen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister de aanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken.