ECLI:NL:RBDHA:2026:11093
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalië wegens onvoldoende geloofwaardigheid en reëel risico
Eiseres, van Somalische nationaliteit, diende op 18 augustus 2023 een asielaanvraag in die door de minister op 21 juli 2025 werd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. De rechtbank behandelde het beroep op 16 december 2025 en sloot het onderzoek na aanvullende rapportages over de veiligheidssituatie in Somalië.
Eiseres stelde dat zij bedreigd werd door Al-Shabaab vanwege haar theehuis in Marka en dat zij daarom bescherming zocht. De minister achtte haar identiteit wel geloofwaardig, maar verwierp haar asielmotief over de problemen met Al-Shabaab als ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdige verklaringen en onvoldoende onderbouwing. Ook werd haar verweten dat zij haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk had ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de minister alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken bij de geloofwaardigheidsbeoordeling en dat de minister terecht had geoordeeld dat eiseres geen alleenstaande vrouw was die onder een risicoprofiel valt. Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij bij terugkeer naar Marka een reëel risico op ernstige schade loopt, mede gelet op het ambtsbericht en EUAA-rapporten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Sibma en griffier K.E. Mulder op 8 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.