In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedateerd 26 januari 2026, is het beroep van eiser, die een asielaanvraag heeft ingediend op 16 november 2023, behandeld. Eiser heeft geklaagd dat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. De rechtbank heeft vastgesteld dat de termijn voor het nemen van een besluit door de minister is verstreken, nadat Nederland verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft de minister verzocht om binnen twee weken alsnog te beslissen, maar dit verzoek is niet ingewilligd, wat heeft geleid tot het indienen van beroep.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De minister is verplicht om binnen acht weken na de bekendmaking van deze uitspraak een besluit te nemen op de aanvraag. De rechtbank heeft daarbij het ‘8+8 wekenmodel’ in acht genomen, en in dit geval, gezien de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden, is een kortere beslistermijn passend. Indien de minister niet binnen de gestelde termijn beslist, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast is de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-.