Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.drs. B.E.C. Bertens, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Slovenië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. De rechtbank behandelde het beroep op 29 april 2026, waarbij eiseres en haar gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van Eurodac-gegevens waaruit blijkt dat eiseres een asielverzoek in Slovenië heeft ingediend. De stelling van eiseres dat zij geen asielaanvraag in Slovenië heeft gedaan, was onvoldoende om aan deze gegevens te twijfelen. Ook het beroep op het ontbreken van opvang en rechtsbijstand in Slovenië werd verworpen, mede op basis van het AIDA-rapport 2024 en eerdere jurisprudentie.
Verder stelde eiseres dat haar medische klachten een behandeling in Nederland rechtvaardigen, maar zij onderbouwde dit niet met medische documenten. De rechtbank concludeerde dat de minister het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht toepaste en dat er geen aanleiding was om de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.