Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:120

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
NL25.20795
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang

Eiser heeft op 19 september 2023 asiel aangevraagd in Nederland. Bij besluit van 24 april 2025 wees de minister van Asiel en Migratie de aanvraag af als ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure meldde de gemachtigde van eiser dat eiser op 10 september 2025 met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer mogelijk was.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 19 december 2025 en beoordeelde of eiser nog procesbelang had bij het beroep. Gezien het ontbreken van contact en het feit dat eiser zijn persoonlijke bezittingen achterliet, concludeerde de rechtbank dat eiser niet langer prijsstelt op internationale bescherming in Nederland.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij de proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 5 januari 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.20795

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.S. Yap)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.G. Meyboom-de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
De rechtbank heeft het onderzoek op 19 december 2025 gesloten.

Overwegingen

De rechtbank beantwoord allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Eiser heeft op 19 september 2023 asiel aangevraagd in Nederland. Bij brief van 21 september 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 10 september 2025 met onbekende bestemming is vertrokken.
Eisers gemachtigde heeft bij brieven van 22 september 2025 en 17 november 2025 verzocht om aanhouding van de zaak in verband met het politieonderzoek naar de aangifte van eisers vermissing door het COa. [1] De rechtbank heeft de zaak aangehouden. De gemachtigde van eiser heeft daarbij gewezen op de omstandigheid dat eiser uit de opvang is vertrokken met achterlating van al zijn persoonlijke bezittingen, wat wellicht betekent dat eiser niet vrijwillig is vertrokken. Op 15 december 2025 heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat hij geen contact meer met eiser heeft kunnen krijgen. Verdere informatie ontbreekt.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorgaande onvoldoende om te concluderen dat er redelijkerwijs van uit móet worden gegaan dat eiser onvrijwillig uit het zicht is verdwenen. Nu eiser geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde, neemt de rechtbank gelet op de vaste lijn in de rechtspraak aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. [2] Eiser heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
4. Het beroep is niet-ontvankelijk.
5. Eiser krijgt geen vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 5 januari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
2.Zie de uitspraak van 1 juli 2024 met het kenmerk: ECLI:NL:RVS:2024:2662.