Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12217

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
NL25.63117
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag slachtoffer mensenhandel Nigeria

Eiseres, een Nigeriaanse vrouw die slachtoffer is van mensenhandel, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de kwetsbare positie van eiseres en de specifieke risico's bij terugkeer naar Nigeria.

De rechtbank stelde vast dat de minister zich te veel richtte op het ontbreken van concrete bedreigingen en onvoldoende aandacht had voor factoren zoals het ontbreken van een sociaal netwerk, de sociaaleconomische situatie, de gezondheidstoestand en de impact van voodoorituelen. Ook werd onvoldoende gemotiveerd waarom de vrees voor represailles niet reëel zou zijn.

Op basis van het ambtsbericht Nigeria 2023 en recente jurisprudentie moest een persoonlijke risicoanalyse worden gemaakt, waarin deze factoren een belangrijke rol spelen. De minister had deze analyse niet adequaat uitgevoerd, waardoor het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag en beveelt een nieuwe zorgvuldige risicoanalyse binnen zes weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.63117
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

(gemachtigde: mr. H.M.A. Breuls),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. Ch.R. Vink).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 18 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, I. Ankoma als tolk in de taal Pidgin Engels en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij heeft de Nigeriaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedag] 1987. Eiseres woonde in [woonplaats]. In 2020 heeft haar man haar verlaten. Eiseres is toen begonnen met werken op de markt in [plaats] en zo is zij in 2022 in contact gekomen met een man ([naam] die haar naar Europa heeft gebracht. Eiseres dacht ander werk te mogen verrichten, maar [naam] dwong haar om in Frankrijk in de prostitutie te werken. Uiteindelijk is ze gevlucht van Frankrijk naar Nederland. Bij terugkeer vreest eiseres [naam] en haar ex-man.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. problemen vanwege mensenhandel;
3. problemen met de ex-man.
4.1
Verweerder acht het eerste asielmotief geloofwaardig, maar niet zwaarwegend. Ten aanzien van het tweede asielmotief acht verweerder geloofwaardig dat eiseres het slachtoffer van mensenhandel is geworden en dat zij nog een schuld van € 40.000 heeft bij de mensenhandelaren, maar niet dat zij hierdoor bij terugkeer een reëel risico zal lopen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt en onderbouwd dat in haar specifieke situatie daadwerkelijk represailles zullen volgen, welke vorm deze zouden aannemen en in hoeverre deze zouden leiden tot een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria. Verder heeft zij haar asielaanvraag niet onmiddellijk ingediend. Verweerder acht het derde asielmotief niet geloofwaardig. Het beroep ziet echter niet op dit derde asielmotief, zodat daar niet verder op in wordt gegaan. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond en een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken opgelegd.
Bespreking van de beroepsgrond
5. Eiseres voert aan dat verweerder niet zorgvuldig is geweest in de beoordeling van haar vrees voor de mensenhandelaar bij terugkeer naar Nigeria. Verweerder heeft geen deugdelijke risicoanalyse gemaakt, zoals voorgeschreven in de uitspraak van de Afdeling [2] van 7 mei 2025 [3] . Verweerder erkent enerzijds de kwetsbare positie van eiseres maar geeft onvoldoende gewicht aan de kwetsbare omstandigheden waarin eiseres verkeert. Verweerder richt zich in het bestreden besluit ten onrechte voornamelijk op de persoon en de acties van de mensenhandelaar. Verweerder acht van (te) groot belang dat de familieleden van eiseres geen problemen hebben ondervonden van de mensenhandelaar en dat eiseres zelf geen contact meer met de mensenhandelaar heeft sinds december 2022. Eiseres heeft WhatsApp-berichten overgelegd met bedreigingen die zij op 29 december 2025 heeft ontvangen. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres benadrukt dat uit het algemeen ambtsbericht Nigeria 2023 (hierna: het ambtsbericht) blijkt dat mensenhandelaren in Nigeria erg georganiseerd zijn. Eiseres is een alleenstaande vrouw met twee jonge dochters, haar broer is recent in verdachte omstandigheden overleden, en ze heeft geen ouders meer die haar kunnen beschermen. Haar zus woont in een dorp en heeft geen weet van de problemen van eiseres. Eiseres heeft dus geen netwerk om op terug te vallen. Daarbij is eiseres niet gezond. Ook is ze laagopgeleid en heeft ze een eed afgelegd onder een voodooritueel bij de mensenhandelaren. Deze omstandigheden maken dat ze kwetsbaar is. Verweerder heeft deze omstandigheden niet betrokken in de risicoanalyse.
5.1
In het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat de vrees van eiseres voor de mensenhandelaren is gebaseerd op vermoedens en van horen zeggen. Eiseres vermoedt dat de mensenhandelaren een foto van haar hebben rondgestuurd, omdat dit een gebruikelijke praktijk is, maar ze weet het niet zeker. Eiseres heeft gehoord dat de mensenhandelaren naar haar hebben gevraagd op de markt, maar dat heeft ze van horen zeggen en verder niet onderbouwd. [naam] of zijn vrienden wisten waar eiseres woonde, maar zijn nooit bij haar huis langsgekomen om haar familie onder druk te zetten. Eiseres heeft niet concreet verklaard over wie die vrienden zijn, dat de mensenhandelaar een groot netwerk heeft, en hoe hij haar zou kunnen opsporen. Het voodooritueel dat zij heeft ondergaan, is niet langer van kracht, omdat het uitvoeren van voodoorituelen strafbaar is gesteld en omdat een traditionele leider een vloek heeft uitgesproken over alle medeplichtigen aan mensenhandel in [woonplaats]. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder aangevuld dat wanneer de mensenhandelaren in Nigeria zo georganiseerd zijn als eiseres stelt dat zij dan wel achter de verblijfplaatsen van de zus en dochters van eiseres waren gekomen.
5.2
De Afdeling heeft in haar uitspraak van 7 mei 2025, en in de uitspraak van 30 april 2026 [4] , overwogen dat verweerder een persoonlijke risicoanalyse dient te maken in de zin van het Country Guidance rapport Nigeria 2021 wanneer geloofwaardig wordt geacht dat een vreemdeling uit Nigeria slachtoffer is geworden van mensenhandel. Inmiddels er een recenter Country Guidance rapport Nigeria 2026 waarin de opsomming van factoren in het eerdere Country Guidance rapport is uitgewerkt. De omstandigheden die moeten worden meegenomen in de risicoanalyse zijn onder andere:
- het gebied waar iemand vandaan komt ([woonplaats] en in het bijzonder [plaats] is al decennia een centraal knooppunt voor mensenhandel van Nigeria naar Europa);
- leeftijd, gender en familiesituatie (waarbij wezen, kinderen en alleenstaande vrouwen een hoger risico lopen om (wederom) slachtoffer te worden van mensenhandel);
- sociaaleconomische achtergrond en opleidingsniveau (laagopgeleidheid, armoede en werkloosheid zijn factoren die kunnen zorgen voor een hoger risico om (opnieuw) slachtoffer te worden van mensenhandel);
- de beschikbaarheid van een ondersteunend (familiaal) netwerk;
- het machtsniveau en de capaciteit van de mensenhandelaren (zoals de schuld aan de mensenhandelaren); en
- de gezondheidssituatie (sommigen hebben ernstige fysieke en psychische klachten nadat zij slachtoffer zijn geweest van mensenhandel. Zij zijn kwetsbaarder om opnieuw slachtoffer te worden).
5.3
De rechtbank is van oordeel dat verweerders risicoanalyse niet afdoende is om de afwijzing van de asielaanvraag te dragen. Verweerder heeft bij de risicoanalyse in het bestreden besluit de focus gelegd op de omstandigheid dat geen er sprake zou zijn van concrete (recente) bedreigingen van de mensenhandelaar aan het adres van eiseres of haar familie in Nigeria. De overige omstandigheden van de bovengenoemde risicoanalyse heeft verweerder niet kenbaar betrokken in het bestreden besluit. Dit levert een zorgvuldigheidsgebrek op. Uit het ambtsbericht blijkt dat mensenhandelnetwerken vanuit Nigeria onderling zeer verbonden van het begin tot het eind van de route zijn, dat ze zeer goed georganiseerd zijn en dat het vaak machtige en rijke personen zijn, soms zelfs met politieke rugdekking [5] . Uit de toelichting van het ministerie van Buitenlandse Zaken op het ambtsbericht, zoals opgenomen in de Afdelingsuitspraak van 7 mei 2025, blijkt bovendien dat de mensenhandelaren tot het uiterste gaan om hun investering terug te krijgen, in gevallen waarin het slachtoffer zelf besloten had te vluchten. Verweerder heeft geen rekening gehouden met de sociaaleconomische positie van eiseres, haar herkomst uit [plaats], het ontbreken van een netwerk, haar gezondheidssituatie. Over het voodooritueel dat eiseres heeft ondergaan (de juju-eed) heeft verweerder overwogen dat dit niet langer van kracht is omdat voodoorituelen strafbaar zijn gesteld. Uit het ambtsbericht blijkt echter dat het effect hiervan te verwaarlozen is, dat de meeste represailles tegen slachtoffers door mensenhandelaars mentaal en emotioneel van aard waren, door middel van angst als gevolg van de juju-eed, en dat de vrees die een juju-eed tot gevolg had over het algemeen zeer effectief was, waardoor fysieke represailles zelden nodig waren. Verweerder heeft dit evenmin onderkend. Het besluit is dus onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

6. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing op de aanvraag te nemen.
6.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor zes weken.
6.2.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 18 december 2025;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, rechter, in aanwezigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.Algemeen Ambtsbericht Nigeria 2023, p. 88.