Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende jongvolwassene, vroeg op 23 december 2025 asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek. Kroatië had een verzoek tot terugname van eiser aanvaard.
Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar het risico van schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, en dat hij in Kroatië onder druk was gezet om geen beroep in te stellen. Ook stelde hij dat hij geen effectieve rechtsbijstand had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Kroatië zijn rechten niet zal respecteren.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen vertalingen van relevante documenten had overgelegd en onvoldoende had toegelicht welke passages van belang waren. Ook was niet aannemelijk dat hij geen effectief rechtsmiddel had gehad in Kroatië. De minister hoefde daarom niet inhoudelijk op de asielaanvraag in te gaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 13 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.