ECLI:NL:RBDHA:2026:1237

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2503598:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwBesluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum vastgesteld

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 15 januari 2026 en beoordeeld aan de hand van de criteria dat verzoekster te goeder trouw moet zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, en dat zij aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.

De rechtbank concludeert dat verzoekster aan alle voorwaarden voldoet en wijst het verzoek tot toelating toe. Tevens wordt het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de WSNP toegewezen, waarbij de termijn wordt vastgesteld op achttien maanden vanaf 1 oktober 2024. Deze datum is gebaseerd op de eerste correcte berekening van het vrij te laten bedrag (Vtlb) en de vastgestelde aflossingen binnen het minnelijk traject.

Tijdens de WSNP geldt een postblokkade van dertien maanden, waarbij alle post via de bewindvoerder verloopt. Na afloop van de regeling geldt een medewerkings- en informatieplicht totdat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en een bewindvoerder, en stelt dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. De bewindvoerder krijgt opdracht om binnen vijf maanden een eindverslag uit te brengen en mag een voorschot op zijn vergoeding nemen zolang de boedel toereikend is.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de WSNP met ingang van 1 oktober 2024 voor een termijn van achttien maanden.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
vonnis van 22 januari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1976 te [land] ,
wonende te [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 15 januari 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoekster] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoekster] ,
- mr. H. Oldenhof, advocaat,
- [naam 1] , schuldhulpverlener van de gemeente Den Haag,
- [naam 2] , Stabilum.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoekster] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Deze postblokkade geldt gedurende de materiële looptijd van de schuldsaneringsregeling. Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt de postblokkade. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoekster] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoekster] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 1 oktober 2024.
2.8.
De rechtbank zal het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen toewijzen. Als uitgangspunt voor aanvang van het minnelijk traject hanteert de rechtbank het moment waarop de schuldhulpverlener de afloscapaciteit heeft vastgesteld aan de hand van een eerste correcte berekening van het Vrij te laten bedrag (de Vtlb-berekening): zie in dit verband onder meer Rechtbank Den Haag, 10 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5966. Dit geldt ook ingeval van beslag/ontbrekende afdrachtcapaciteit. De Vtlb-berekening is vastgesteld op 11 september 2024 en vanaf dat moment is sprake geweest van beslaglegging waarbij aan de beslaglegger(s) bedragen zijn afgedragen die tenminste gelijk zijn aan de afloscapaciteit op basis van de normen die geleden door de berekening van het Vtlb en heeft [verzoekster] zich voldoende ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
De rechtbank zal daarom bepalen dat de termijn van de WSNP vanaf 1 oktober 2024 begint te lopen.
Medewerking en informatieplicht
2.9.
De looptijd van de WSNP bedraagt 18 maanden. In deze zaak gaat wordt de ingangsdatum van de WSNP bepaald op 1 oktober 2024. Dit betekent dat van de looptijd nog ruim twee maanden resteert. Gedurende die resterende maanden gelden de afdrachtplicht en inspanningsplicht. Wel blijven daarna de medewerkings- en informatieplichten gelden totdat de WSNP formeel is afgewikkeld. Dit is om de WSNP-bewindvoerder in staat te stellen zijn wettelijke taken naar behoren uit te voeren. Die taken bestaan uit het houden van toezicht op de naleving van de WSNP-verplichtingen en het beheer en de vereffening van de goederen die in de boedel vallen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum] 1976 te [land] ,
wonende te [woonplaats] ;
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum toe;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 1 oktober 2024;
- stelt vast dat er na de einddatum van de looptijd een medewerkingsplicht en een informatieplicht geldt tot het verbindend worden van de slotuitdelingslijst;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. L. Mundt en tot bewindvoerder:
N.T. van den Deijssel,
Postbus 845,
1440 AV Purmerend;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoekster] in te zien;
- draagt de bewindvoerder op om binnen vijf maanden na de datum van dit vonnis eindverslag uit te brengen;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met B.A.H. van der Ven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.