Verzoeker werd in september 2024 tweemaal onrechtmatig geplaatst in een ROV-kamer in de HTL te Hoogeveen. De rechtbank had eerder deze maatregelen vernietigd wegens onvoldoende motivering. Verzoeker vorderde vervolgens schadevergoeding van het COa voor de onrechtmatige vrijheidsbeperking.
De rechtbank oordeelde dat het COa onrechtmatig handelde en dat verzoeker recht heeft op schadevergoeding. De vergoeding werd vastgesteld op €25 per dag voor de 11 dagen dat verzoeker onrechtmatig in de ROV-kamer verbleef, totaal €275. Verzoeker stelde ook schade te hebben geleden door gemiste kosten voor een theorie-examen en tolk, maar deze schade werd niet toegewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan causaal verband.
Daarnaast werd immateriële schade wegens psychische klachten niet toegewezen omdat de medische onderbouwing onvoldoende concreet was. De rechtbank veroordeelde het COa tot vergoeding van de schade en de proceskosten van €1.868. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.