Eiser, een Turkse nationaliteit en aanhanger van de Gülen-beweging, diende op 10 september 2022 een asielaanvraag in. Na een eerdere vernietiging van de afwijzing door de rechtbank, wees de minister op 27 juni 2025 opnieuw de aanvraag af. Eiser voerde aan dat het enkel aanhangen van de Gülen-beweging voldoende is voor asiel en dat de beleidswijziging onrechtmatig is.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Turkije. De problemen van zijn broer en zijn eigen militaire degradatie zijn onvoldoende onderbouwd als indicaties van vervolgingsgevaar. Ook zijn betrokkenheid bij onderwijsinstellingen en activiteiten in Nederland leidt niet tot aannemelijkheid van negatieve aandacht van Turkse autoriteiten.
Verder is het niet aannemelijk dat eiser zijn levensovertuiging niet vrij kan uiten bij terugkeer. De minister heeft bovendien uitvoering gegeven aan de eerdere uitspraak van de rechtbank door nadere motivering te geven. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.