ECLI:NL:RBDHA:2026:12839
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs familierechtelijke relatie
Eiser, een minderjarige van Ugandese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij referent, die in Nederland verblijft. De minister wees de aanvraag af omdat de biologische of juridische relatie tussen eiser en referent niet was aangetoond en referent niet voldeed aan het middelenvereiste.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen. Onderzoek door Bureau Documenten wees op inconsistenties en mogelijke fraude bij de overgelegde documenten, waaronder geboorteakte en paspoort. Eiser heeft onvoldoende tegenbewijs geleverd en nieuwe documenten die kort voor de zitting werden ingediend, werden buiten beschouwing gelaten.
Daarnaast voldeed referent niet aan het wettelijke middelenvereiste, omdat zij een uitkering ontvangt en niet zelfstandig over voldoende middelen beschikt. Omdat de familierechtelijke relatie niet is vastgesteld, is ook geen sprake van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, waardoor belangenafweging niet aan de orde is.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen recht krijgt op verblijf en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van de familierechtelijke relatie en niet voldoen aan het middelenvereiste.