ECLI:NL:RBDHA:2026:12908
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2026 behandeld en beoordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje. Eiseres voerde aan dat Spanje niet veilig is vanwege mensenhandel en tekortkomingen in het opvangsysteem, onderbouwd met rapporten van AIDA en Amnesty International. De rechtbank stelt echter vast dat deze gronden onvoldoende zijn om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is bevestigd dat er geen sprake is van structurele en ernstige tekortkomingen in Spanje die een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro opleveren.
Ook het verzoek van eiseres om de aanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich te trekken, wordt afgewezen omdat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die de overdracht aan Spanje onevenredig hard maken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskostenveroordeling af. Eiseres kan binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.