Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 15 november 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser eerder asielaanvragen had ingediend in Zwitserland, Nederland en Duitsland. Op grond van de Dublinverordening werd Duitsland aangewezen als verantwoordelijke lidstaat en heeft Nederland het verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat dit verzoek heeft geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland onveilig was, bedreigd en mishandeld, en dat de Duitse autoriteiten hem niet konden beschermen. Hij stelde dat bijzondere, individuele omstandigheden een uitzondering op de Dublinprocedure rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland is doorbroken en dat er geen sprake is van ernstige tekortkomingen in het Duitse asielsysteem.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet bij de Duitse autoriteiten kan klagen en dat de eerdere ervaringen in Duitsland reeds zijn betrokken bij de beoordeling. De discretionaire bevoegdheid om de asielaanvraag in Nederland te behandelen is terecht niet toegepast. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken.