Eisers, een gezin met twee minderjarige kinderen, dienden asielaanvragen in die de minister niet in behandeling nam omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eisers voerden aan dat vanwege specifieke medische omstandigheden, waaronder een recente specialistische behandeling van eiser en ontwikkelingsproblematiek met autisme bij een minderjarige dochter, het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer kon worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de specialistische zorg die eisers ontvangen, met name de medische situatie van de dochter die prematuur is geboren en een autismespectrumstoornis heeft. De rechtbank stelde vast dat de minister ten onrechte niet had betrokken dat overdracht aan Kroatië mogelijk aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor de gezondheid van eisers kan hebben.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij nader onderzoek naar de medische omstandigheden en zorgbehoeften van het gezin moet worden verricht. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.