ECLI:NL:RBDHA:2026:13484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
De minister van Asiel en Migratie heeft op 2 april 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan. De rechtbank heeft de maatregel reeds eerder getoetst en bij uitspraak van 16 april 2026 als rechtmatig beoordeeld tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 14 april 2026.
In de huidige procedure richt het geschil zich op de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel na 14 april 2026. Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij het uitzetten, met name door een vermeende late rappellering bij de autoriteiten van Guinee Bissau. De rechtbank stelt echter vast dat de minister op 23 april 2026 schriftelijk heeft gerappelleerd en dat eerdere rappelleringen op 2 april 2026 hebben plaatsgevonden, waardoor het betoog van eiser niet wordt gevolgd.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het eerdere oordeel dat de maatregel rechtmatig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.