ECLI:NL:RBDHA:2026:13492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit gezinshereniging met oplegging dwangsom
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank had eerder een termijn gesteld waarbinnen de minister een besluit moest nemen, met een dwangsom bij overschrijding. Ondanks deze uitspraak is er geen besluit genomen, waarop eisers opnieuw beroep instelden.
De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe wegens betalingsonmacht. De rechtbank bevestigt dat een nieuwe ingebrekestelling niet vereist is omdat eerder een termijn was gesteld. Het beroep wordt ontvankelijk en kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op, met een maximum van € 15.000. Tevens worden de proceskosten van € 467 aan eisers toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 21 mei 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.