Eiseres, een vrouw van Kameroense nationaliteit, diende een asielaanvraag in na bedreigingen en vernieling van haar eetkraam door het regeringsleger, dat haar verdenkt van samenwerking met de gewapende groepering Amba Boys. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de vrees voor vervolging en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat de minister de identiteit en herkomst van eiseres wel geloofwaardig acht, maar onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de geloofwaardige elementen niet leiden tot de conclusie dat eiseres risico loopt op vervolging. De minister heeft onvoldoende onderbouwd waarom de bedreigingen en vernielingen niet samenhangen met de toegedichte collaboratie.
Verder is de medische situatie van eiseres meegenomen, waarbij voorlopig uitstel van vertrek werd verleend in afwachting van een medisch advies. De rechtbank vindt de werkwijze van de minister op dit punt rechtens juist. De rechtbank wijst ook de bezwaren van eiseres over onvoldoende rekening houden met haar psychische toestand en tegenstrijdigheden in verklaringen af.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens schending van het motiveringsbeginsel en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.